Toneelgroep Oostpool

Toneelgroep Oostpool is het gezelschap bij uitstek dat voorstellingen maakt van deze tijd: hypermodern, actueel en bovendien met steengoede acteurs. Het Chassé Theater draagt Toneelgroep Oostpool een warm hart toe en gaat de komende jaren een intense samenwerking met hen aan.

hoe nu mens te zijn?

Toneelgroep Oostpool gelooft in theater als middel voor onvoorziene ‘ontmoetingen’ met andere mensen, tijden en denkbeelden. Het gezelschap laat je ervaren dat gevoelens tegenstrijdig kunnen zijn en gedachtes kunnen veranderen. Dat we samenleven met andere mensen, die zich net als wij elke dag opnieuw verhouden tot de onbevattelijkheid van ons bestaan. Daarom zijn de voorstellingen van Oostpool altijd persoonlijk. De makers staan als het ware midden in hun voorstelling en spreken zo de tijdelijke gemeenschap in de theaterzaal van mens tot mens aan. De voorstellingen bieden inzicht, troost of zoeken juist de confrontatie. In elk geval geen escapisme. De vaste theatermakers van Oostpool onderzoeken voortdurend de zeggingskracht van theater in deze tijd.  Ze hebben elk een eigen vormtaal en inhoudelijk perspectief. Maar onvoorwaardelijk delen zij met de toeschouwer de vraag: Hoe nu mens te zijn?

De feiten

  • Opgericht in 1953 te Arnhem en sinds die tijd hèt gezelschap van Oost-Nederland
  • Eén van de grootste en meest vooraanstaande gezelschappen van Nederland
  • 6 producties per seizoen voor schouwburgen, theaters en festivals in het hele land
  • 2 producties voor jongeren die reizen door Oost-Nederland
  • Ruim 400 voorstellingen per jaar
  • Ruim 50.000 bezoekers per jaar
  • Een scala aan activiteiten op het vlak van participatie en educatie
  • Een eigen theater in Arnhem 'Huis Oostpool' 

Marcus Azzini

Artistiek directeur van Toneelgroep Oostpool is Marcus Azzini. Een pleidooi voor groei, verandering en saamho­righeid loopt als een rode draad door zijn werk. De personages in zijn voorstellingen staan alleen in de wereld, ze zijn kwetsbaar tot op het bot. Deze ‘sensitieven van ziel’ maken uiteindelijk van hun zwakte een kracht: zij strijden voor het onver­vreemdbare recht om gezien te mogen worden voor wie of wat ze zijn. Op een bepaalde manier zijn al Marcus’ producties een rite-de-passage, een overgangsritueel. Door langs de ‘dood’ te scheren, als langs de afgrond van een ravijn, beleven zijn perso­nages een wedergeboorte. Centraal in zijn werk staat het begrip verbeelding. Hij is gefascineerd door het vermogen van acteurs om werelden op te roepen die niet echt zijn maar voor de duur van een voorstelling toch werkelijk bestaan. In zijn regies streeft hij steeds opnieuw naar een verbeelding van het persoonlijke: de directe lichamelijke en emotionele verhouding van een mens tot andere mensen en de wereld.