geschiedenis

Breda kent een levendige theatergeschiedenis. Ingesloten tussen het roerige Vlaanderen en het behoedzame Holland, schommelde het Bredase theater tussen perioden van bloei en perioden van betrekkelijke stilstand. De ambitie om koploper te zijn in het Brabantse theaterleven leek voortdurend te strijden met het nuchtere voornemen spaarzaam te blijven.

gaslampjes en pluche

De vroegste tekenen van een theaterleven in Breda dateren uit 1727, toen er een bescheiden theaterlocatie geopend werd aan de Kaatsbaan, gelegen aan Oostzijde van het kasteel van Breda. De accommodatie stelde weinig voor, waarna in 1769 voor de som van 600 gulden een meer uitgebreide theaterinrichting werd gerealiseerd. In de nieuwe ruimte werden opera's en toneelvoorstellingen gepresenteerd.

Later, in 1802 tijdens de Bataafse tijd werd een theater geopend in de toenmalige ziekenzaal van het stadsmilitair hospitaal. Deze 'Comediezaal' was het eerste serieuze theatergebouw in Noord Brabant, waarmee Breda de eerste Brabantse stad was met een actief theaterleven. De bouw van deze goed geoutilleerde theateraccommodatie was te danken aan de rol van het garnizoen en de beïnvloeding van het kunstencentrum Brussel.

In 1814 ging dit met gaslampjes verlichtte theater helaas geheel in vlammen op. Het ontgoochelde stadsbestuur gaf direct daarop een vergunning tot de herbouw van een theater aan de Oude Vest. Hier moest een illustere 'dans en comediezaal' uit de grond rijzen. Het pand was snel gebouwd. Het ging van start als 'Comedie' en werd later 'Schouwburg'. De Bredase burgers lieten zich behaaglijk in het pluche zakken. Decennia lang werden hier met verve theatervoorstellingen gegeven.

bedrijvig Breda

Ondertussen stond de tijd in Breda natuurlijk niet stil. Vanwege de afbraak van de vestingwerken en de vier stadspoorten ontstond er meer ruimte in en rond de binnenstad. In samenhang hiermee groeide de bedrijvigheid in de stad en nam de bevolking toe. De behoefte aan vertier hield daarmee gelijke tred. Na verloop van tijd kon de Schouwburg aan de Oude Vest het groeiende bezoekersaantal niet meer aan. Bovendien raakte het pand verouderd. Men keek uit naar een nieuwe accommodatie.

Rond 1880 startte de bouw van een nieuwe schouwburg aan het Van Coothplein. Het ontwerp van het gebouw werd toevertrouwd aan architect Michael Marijnen. Met een lening van 125.000 gulden in aandelen kon op 21 maart 1881 de eerste steen worden gelegd. Op 10 juli in datzelfde jaar werd de schouwburg, die naar zijn peetvaders Concordia genoemd werd, met een plechtige feestcantate geopend.

Concordia trok direct veel publiek. Bij de eerste voorstellingen leek het gebouw zelfs al weer te klein. Nog in hetzelfde jaar van de opening werd daarom opdracht gegeven voor een uitbreiding. Toen deze uitbreiding eenmaal gerealiseerd was bezat Breda een deugdelijke schouwburg met stijl en allure. Daarmee was de weg bereid tot een weelderige theatercultuur en die kwam er ook. Tot aan de jaren '50 behield Breda een voorsprong in het Noord Brabantse theater.

drukte aan het Van Coothplein

Gedurende zijn ruim honderdjarige bestaan is Concordia door een bonte club figuren bevolkt. In 1916 herbergde het Belgische oorlogsvluchtelingen. In de Tweede Wereldoorlog eisten de Duitsers het gebouw op om er onder het motto 'Kraft durch Freude' hun eigen voorstellingen te programmeren. Ook de NSB presenteerde in Concordia zijn propagandavoorstellingen. Na de bevrijding vierden de geallieerden er feest. In 1953 ten tijde van de watersnood werd het gebouw gebruikt voor het verzamelen van kleding voor de Zeeuwse gedupeerden.

In de jaren vijftig was het intensief geëxploiteerde Concordia ernstig toe aan vernieuwing. De vereniging Concordia kon en wilde geen investeringen meer doen. De gemeente ontwikkelde daarom plannen voor een nieuwe schouwburg met een zaal voor 900 personen en een congreszaal voor 500 personen. Vanwege de moeilijkheden voor wat betreft de financiering ketste dit plan af. Besloten werd dat de gemeente Concordia zou kopen en tevens zou zorgen voor de noodzakelijke vernieuwingen. In 1964 was de aankoop definitief en werd Concordia officieel stadschouwburg.

grootse plannen

Ondanks de uitgebreide verbouwingen die de gemeente bij de aankoop had laten uitvoeren leek Concordia toch zijn beste tijd te hebben gehad. Rond de jaren '80 was de schouwburg sterk verouderd. Het pand was niet brandveilig, bouwvallig en voldeed niet meer aan de eisen van de toenmalige theaterpraktijk. Bezuinigingen maakten het echter onmogelijk de problemen op korte termijn op te lossen.

Ondertussen kampte de gemeente met exploitaitieproblemen van het Turfschip, dat dienst deed als concertzaal. In 1982 werd dit gebouw voor het symbolische bedrag van 1 gulden verkocht. Tot overmaat van ramp ging in hetzelfde jaar ook het filmhuis in de Beyerd failliet. Daarmee bevond niet alleen het theater maar ook de rest van de podiumkunsten in Breda zich in een nijpende positie. Zodoende ontstond het idee een nieuwe accommodatie te bouwen die onderdak zou bieden aan alle podiumkunsten.

In 1989 werd de nota Concordia, Podium van morgen, uitgebracht. Daarin werd een plan gepresenteerd voor een nieuwe schouwburg met drie theaterzalen en twee filmzalen. In eerste instantie werd gedacht aan dezelfde locatie op het Van Coothplein. Deze plannen moesten op grond van de hinderwet worden afgeblazen. Een dermate grote schouwburg aan het Van Coothplein zou te veel verkeers- en geluidsoverlast bezorgen.

champagne

Een nieuwe locatie voor de schouwburg werd gevonden op het Chasséveld tussen het stadskantoor en de kloosterkazerne. Architect professor Herman Hertzberger kreeg de opdracht het pand te ontwerpen. Het moest een groots gebouw worden dat ruimte zou bieden aan theater, muziek en film in al hun verschijningsvormen. De kosten van wat Chassé Theater zou moeten gaan heten, werden beraamd op 25 miljoen euro.

De ambitieuze plannen met het Chassé Theater stuitten bij een deel van de Bredase bevolking op verzet. De betrokken wethouders en de schouwburgdirectie werden beschuldigd van grootheidswaanzin. Is een theater van deze omvang en allure niet buiten proportie voor een provinciestad als Breda? De gewaagde nieuwbouwplannen veroorzaakten flinke verdeeldheid. Toen de bouwkosten stegen als gevolg van ondermeer een ruimer pakket van eisen, is zelfs een aantal wethouders vertrokken.

Dankzij de doortastendheid van betrokkenen binnen de gemeente en de schouwburgdirectie kwam het Chassé Theater er toch. In juni 1995 werd de champagne ontkurkt en kon het publiek genieten van een eerste musical-productie. Hertzbergers ontwerp was oogverblindend. Onder één golvend dak trof het publiek drie theaterzalen en twee filmzalen. Breda bezat metterdaad het grootste theater van het land. Architectuurcritici uit binnen- en buitenland haastten zich het pand bekijken. De Volkskrant sprak van het 'eerste 20e eeuwse architectuurmonument in de Lage Landen'.

uniek in Nederland

Met de bouw van het Chassé Theater was de weg bereid om in Breda weer een serieuze en solide theatercultuur op te bouwen. De afgelopen jaren heeft de stad een ware inhaalslag gemaakt. Het Chassé Theater presenteert nu zo'n 500 theater voorstellingen en 3.400 filmvertoningen per seizoen. De cinema was de afgelopen jaren zo'n succes dat er in 2002 zelfs een derde filmzaal is bijgebouwd. In totaal bedient het Chassé Theater in een seizoen gemiddeld ruim 400.000 bezoekers. In 2008 had het Chassé Theater een bezoekersrecord van 413.000 bezoekers voor film, theater en zakelijke verhuringen. Dankzij de gunstige ligging in het zuiden van Nederland, tussen de Randstad en Vlaanderen, bereikt het Chassé Theater een breed regionaal publiek en bij veel voorstellingen ook een nationaal en soms zelfs internationaal publiek.

Het Chassé Theater biedt toneel, opera, dans, muziek, musical, cabaret en film in al hun verschijningsvormen. Met de verscheidenheid van zijn programma is het Chassé Theater uniek in Nederland. Geen enkel theater biedt deze diversiteit, van grote Broadway-musicals tot kleine vlakke-vloer experimenten, van symfonische orkestmuziek tot uitheemse volksmuziek en van avondvullend klassiek ballet tot post-moderne dans en film.

gebouw

"...als er een gebouw moest worden uitgekozen dat bepalend is voor de 20e eeuwse architectuur dan moet zonder meer en zonder dralen het Chassé Theater worden uitgekozen..." Dit schreef De Volkskrant naar aanleiding van het door professor Herman Hertzberger ontworpen Chassé Theater in Breda. De Volkskrant was niet de enige die onder de indruk was. Pers en publiek kwamen woorden tekort.

magisch besef van ruimte

Direct na de opening in 1995 spoedden architectuurcritici uit binnen- en buitenland zich naar Breda om het gebouw te bekijken. Het internationaal architectuurvakblad Domus sprak van 'een magisch besef van ruimte'. Het architectuurjaarboek 1995/1996 plaatste het pand op de omslag en roemde de revolutionaire weg die de architect is ingeslagen: 'Hertzberger toont bevrijding en ruimte in het Chassé Theater.
Over de esthetiek van het Chassé Theater valt eventueel nog te redetwisten, over het formaat absoluut niet. Het Chassé Theater is in kubieke meters het grootste theater van Nederland. Het hoogste punt reikt tot 30 meter. Het perceel waarop het gebouw ligt is groter dan een voetbalveld. Het bevat drie theaterzalen die plaats bieden aan respectievelijk 1.440, 670 en 190 toeschouwers. Daarnaast heeft het Chassé Theater drie filmzalen met een capaciteit van respectievelijk 116, nog eens 126 en 70.

dromende vrouw

Het Chassé Theater ligt direct naast het historisch stadscentrum van Breda, op het Chasséveld tussen het stadskantoor en de kloosterkazerne. Een deel van de zijgevel van dit 19e eeuwse pand is in het Chassé Theater ingecorporeerd. Het is uniek dat een stad op zo'n centrale plaats nog zo veel ruimte beschikbaar heeft voor bebouwing. De reden hiervan is dat deze locatie jaren lang militair terrein was, dat niet lang voor de bouw van het Chassé Theater werd vrijgegeven.
Uitgangspunt van Hertzbergers ontwerp is het beeld van de Italiaanse kunstenaar Giacometti met de titel De slapende vrouw die droomt uit 1927. Daarom bevat het gebouw veel ronde en golvende vormen, zowel aan de binnen- als aan de buitenkant. Het beeld van de slapende vrouw is vooral van een grote afstand goed waar te nemen, gelet op de soepele en bijna lome wijze waarmee het pand zich naar zijn omgeving voegt. Gezien de uitgestrektheid van het terrein rondom het Chassé Theater is het pand overigens van alle kanten goed te zien.
Het meest in het oog springende element bij een blik vanaf grote afstand is natuurlijk het golvende dak. Hertzberger kreeg de opdracht om de twee grootste theaterzalen uit te rusten met een toneeltoren. Om te voorkomen dat het Bredase stadsgezicht voortaan bedorven zou worden door twee rijzige betonnen torens, koos hij er voor het geheel te overdekken met een golvend dak, een vondst die door velen als geniaal beschouwd wordt.

zien en gezien worden

Wie het theater door de imposante toegangsdeuren binnen loopt zal verrast worden door de grillige vormen. De argeloze bezoeker zal in eerste instantie denken dat het gebouw met de losse pols is ontworpen. Niets is minder waar. Het ontwerp is tot in ieder detail doordacht. Deze quasi speelse uitstraling is ook precies waar Hertzberger op uit was; de podiumkunsten zijn niet netjes in te kaderen.
Bij binnenkomst betreedt men direct de zogenaamde theaterstraat, een langgerekte ruimte die overdekt wordt door het metershoge golvende dak. De ruimte wordt verder deels overdekt door loopbruggen en balustrades. Op deze theaterstraat komen alle theaterzalen uit. De bedoeling van Hertzberger was dat iedereen elkaar hier zou treffen. Zien en gezien worden, dat was het uitgangspunt. Ook de balustrades van waaraf men de rest van het publiek kan zien, moeten vanuit deze optiek begrepen worden. Meer in symbolische zin beoogde hij met deze theaterstraat ook de synthese tussen de verschillende podiumkunsten te suggereren.

beton, hout en ijzer

Wat eveneens bij binnenkomst opvalt is de markante kleurstelling, vooral veel varianten van rood. Verder is te zien dat Hertzberger eenvoudig en betaalbaar materiaal gebruikt heeft, geen marmer of kostbare houtsoorten, maar beton, hout en ijzer. Deze beslissing is uiteraard deels terug te voeren op de noodzaak de kosten in de hand te houden. Daarbij is Hertzberger sowieso niet gecharmeerd van protserige materialen.
Op de kosten van de techniek is echter niets bespaard. Voor alle drie de zalen zijn de nieuwste middelen gebruikt en kan met behulp van belichting en techniek een variëteit aan sfeer worden gecreëerd. De kwaliteit van de akoestiek in de zalen is afhankelijk van het gebruik goed tot zeer goed. Van geluidsoverlast tussen de zalen onderling is bovendien geen sprake. De zalen zijn gebouwd als afzonderlijke betonnen dozen, die nog geen minimum aan geluid doorlaten.
Eigenlijk is het Chassé Theater niet te beschrijven. Wie echt indruk wil krijgen van de schoonheid van het gebouw moet een bezoek brengen. Uiteraard kunnen smaken verschillen. Hertzberger zelf is in ieder geval zeer tevreden. Tijdens een toespraak noemde hij het Chassé Theater, het 'uitbundigste' gebouw dat hij ooit ontworpen heeft.

nieuw

Begin 2003 werden de deuren van het Chassé Theater opnieuw geopend. Tegenwoordig bieden ze niet alleen toegang tot het Chassé Theater maar ook tot Holland Casino Breda, dat direct naast het theater in de monumentale Kloosterkazerne is gehuisvest. Gelijktijdig met de renovatie van de Kloosterkazerne is een deel van het Chassé Theater verbouwd. Zo bestaat er inmiddels een derde filmzaal. Tevens bezit het Chassé Theater nu een prachtige brasserie. Deze is gevestigd in de Kloosterkazerne maar is direct vanuit de centrale foyer te bereiken. In 2005 is de moderne witte bar Front toegevoegd, aan de voorkant van het Chassé Theater. Tot slot is het Bespreekbureau ruimer opgezet. Sinds 2013 is het Chassé Theater aangesloten op een gemeenschappelijke voorziening van warmte en koude opslag. Holland Casino, Het Stadskantoor en het Chassé Theater hebben hiermee een milieu- en energievriendelijke wijze van koeling en verwarming.